Nieuws

Bacteriën opsporen met slimme sensoren

Brightlands artikel

Maastricht Universiteit heeft samen met de Belgische universiteiten van Leuven en Hasselt een sensortechnologie ontwikkeld waarmee je schadelijke bacteriën ter plekke kan opsporen tijdens het productieproces. Onderzoeker Rocio Arreguin Campos van Universiteit Maastricht houdt zich bezig met het ontwerpen en testen van deze slimme sensor. 

De wetenschappers maken gebruik van een zogenaamde biomimetische sensor. Deze sensor gebruikt een synthetische stof om een andere stof, in dit geval een bacterie, op te sporen. Door deze sensor te integreren in een machine waarin een vers product gemaakt wordt, kan een eventuele verontreiniging heel snel opgespoord én opgelost worden.

De nieuwe sensortechnologie werkt op basis van synthetische receptoren en thermische weerstandsmetingen waarmee bacteriële verontreinigingen snel geïdentificeerd kunnen. Het onderzoek vanuit de faculteit of Science and Engineering bestaat uit het chemisch ontwerpen van deze receptoren voor de sensor en het testen van het apparaat in het lab.  

Resultaten

De sensor is al getest in monsters in het laboratorium. Tegelijkertijd worden alle componenten ontwikkeld die nodig zijn om de sensor in een automaat te implementeren. Het laatste onderdeel is het testen van de sensor in het automaat. De onderzoekers werken hiervoor samen met de Belgische startup Alberts Smoothies. Zij hebben het eerste smoothie-automaat ter wereld ontwikkeld. Een vending machine waarmee je met een druk op de knop een verse smoothie maakt van de groente en fruit van jouw keuze. De startup maakt al gebruik van robotica, voeding en kunstmatige intelligentie om deze verse, gepersonaliseerde smoothies te serveren. Maar met deze slimme sensor is het mogelijk om de machine volledig te automatiseren. 

Sensor in de toekomst

Het idee is dat de sensor in de toekomst ook gebruikt kan worden in andere apparaten waarin voedsel geprepareerd wordt. Maar het is niet een simpel copy-paste. De sensor moet natuurlijk wel weten welke bacterie hij moet opsporen. De focus in dit project ligt op de E.coli-bacterie. Maar als de sensor werkt, dan kan er relatief snel geschakeld worden naar andere toepassingen in bijvoorbeeld melk of water. Het type bacterie dat je detecteert, kan aangepast worden. Dat betekent concreet dat je deze technologie in de toekomst bijvoorbeeld ook in de tuinbouw kan gebruiken bij het opsporen van bacteriën in groente en fruit. 

brightlands.com

Bron: Brightlands

Toezicht NVWA verandert door 6 speerpunten

NVWA logoCorona; digitalisering; duurzaamheid; klimaatverandering; globalisering en Brexit zijn de trends en ontwikkelingen waar de NVWA nu rekening mee houdt. Deze trends zetten ook de voedingsindustrie op z'n kop. In deze korte samenvatting leggen we de focus op enkele punten die van belang zijn voor de voedingsindustrie. 

Trends en ontwikkelingen

De klimaatverandering beïnvloedt de kwaliteit van (grondstoffen voor) voedingsmiddelen. Door extreme droogte of extreem veel regen komen er vaker gif-producerende schimmels voor. Doordat het zeewater opwarmt, neemt het risico op ‘mariene biotoxines’ (gifstoffen gevormd door algen in schelpdieren) toe. Hogere temperaturen vragen om andere bewaarcondities van voedingsmiddelen tijdens het transport. Ook worden er grondstoffen uit allerlei nieuwe gebieden geïmporteerd, met nog onbekende risico’s.

Door COVID-19 is de manier van toezichthouden veranderd. Sommige controles moesten op afstand, dus digitaal, worden gedaan. Ook de inhoud wijzigde: zo zijn er sinds corona veel meer online aanbieders van producten waarop de NVWA controles uitvoert. De organisatie onderzoekt nu welke gevolgen van corona blijvende impact hebben op hun wijze van toezichthouden.

Door de digitalisering komen consumenten tegenwoordig vaker in een ‘informatiebubbel’ terecht: de online content die ze zien wordt afgestemd op socialmediagedrag, met toenemende invloed van bloggers en vloggers. Hierdoor bereikt feitelijke informatie – onder meer op het gebied van voedselveiligheid – hen steeds minder goed. 

Internationale handelsstromen nemen toe, en daarmee het risico dat nieuwe dier- en plantenziekten in Nederland worden geïntroduceerd. Ook stijgen de mogelijkheden om te frauderen. Controle op internationale (internet)handel is vaak beperkt of zelfs niet mogelijk.  

De NVWA richt zich daarom de komende jaren onder meer op:

  • inzicht krijgen in hoe (risicovolle) micro-organismen en chemische ‘verontreinigingen’ (zoals dioxines) zich door de voedselketen verplaatsen, bijvoorbeeld via diervoerder naar ons voedsel;
  • meer aandacht voor voedselveiligheid bij de import van levensmiddelen en diervoeder;
  • sneller opsporen van opkomende risico’s door meer samen te werken met bedrijven, ministeries en onderzoeksinstituten, zoals het monitoren van opkomende mariene biotoxines;
  • onderzoek naar mogelijk risicovolle stoffen in levensmiddelen en diervoeder, zoals restanten van schoonmaakmiddelen, chemische stoffen die ontstaan bij het verhitten van levensmiddelen en chemische stoffen uit verpakkingen;
  • meer onderzoek naar de aanwezigheid van verboden en onjuist toegediende diergeneesmiddelen en hormonen. 

De Meerjarenagenda van de NVWA bevat de volledige strategische koers van het toezicht. Wat ze exact gaan dóen, staat in de jaarplannen.

nvwa.nl

Bron: NVWA

EU-gedragscode voor verantwoorde voedselproductie

Europese vlag

Op maandag 5 juli 2021 is de EU-gedragscode voor verantwoorde voedselproductie ondertekend door 65 pioniersbedrijven en -verenigingen. Deze gedragscode vormt een essentieel onderdeel van de inspanningen van de EU om gezonde en duurzame voedingsopties beter beschikbaar en betaalbaarder te maken en zo onze totale ecologische voetafdruk te verkleinen.

De gedragscode is ontwikkeld met verenigingen en bedrijven in de EU, met actieve betrokkenheid van andere belanghebbenden, zoals internationale organisaties, ngo's, vakbonden en ondernemersorganisaties, en in samenwerking met de diensten van de Europese Commissie. Verenigingen en bedrijven in de levensmiddelensector die de gedragscode ondertekenen, verbinden zich ertoe hun bijdrage aan een duurzame transitie te versnellen. Zij onderschrijven met hun toezeggingen de doelstellingen van de gedragscode en moedigen soortgelijke bedrijven aan om ook deel te nemen.

De regeling kent twee niveaus van verbintenissen:

  • voor verenigingen in de EU: zeven ambitieuze doelstellingen, elk met streefcijfers en indicatieve acties. Deze doelstellingen hangen samen met acties om de overgang naar gezonde en duurzame consumptiepatronen te bevorderen. Het doel is om de impact van voedselverwerking en -verkoop en de eigen activiteiten van voedseldiensten op de duurzaamheid te verkleinen, en om de duurzaamheid van voedselwaardeketens met betrekking tot de primaire producenten en andere actoren in de keten te verbeteren. De verenigingen moeten jaarlijks verslag uitbrengen over de geboekte vooruitgang;
  • voor bedrijven: een kader voor koplopers, gericht op ambitieuze verbintenissen met meetbare resultaten op uiteenlopende gebieden: van dierenwelzijn tot suikerreductie en het terugdringen van de broeikasgasemissies in hun volledige productassortiment. Deze bedrijven brengen jaarlijks verslag uit in de vorm van een samenvatting van hun duurzaamheidsverslag.

De gedragscode is door 65 pioniersbedrijven en -verenigingen ondertekend: 26 voedselproducenten, 14 detailhandelaars, één deelnemer uit de voedseldienstensector en 24 verenigingen, klik hier voor de volledige lijst van ondertekenaars.

ec.europa.eu

Bron: Europese Commissie

Afzetmarkt voedingsbedrijven structureel veranderd

Voedingsbedrijven streven vaak naar een mix van klanten om niet te afhankelijk te zijn van één markt of één land. De coronapandemie heeft in extreme mate laten zien dat toegang tot alternatieve afzetkanalen voor bedrijven van groot belang kan zijn voor het voortbestaan van ondernemingen. Strategische spreiding van afzet staat daardoor nog nadrukkelijker op de agenda. 

Door de coronapandemie is een grote verschuiving in de bestedingen aan eten en drinken ontstaan. Met de heropening van de horeca, passen consumenten hun gedrag weer aan. De afzetmarkt voor leveranciers van voeding beweegt zich daarom in de komende anderhalf jaar naar een nieuw evenwicht. Het belang van foodretail blijft voorlopig groter dan voor corona blijkt uit onderzoek van het ING Economisch Bureau.

Bestedingen verschoven naar foodretail en onlineVoedselketen

Tijdens de pandemie zijn bestedingen aan eten en drinken op twee manieren verschoven; van horeca naar retail en van fysiek naar online. De eerste beweging vond ook plaats in Duitsland, Frankrijk, België en het VK zo krompen horecabestedingen in 2020 in totaal met 90 miljard euro en steeg de omzet van foodretail met 40 miljard euro. Wat betreft de tweede verschuiving is naast de sterke omzetgroei van online boodschappen- en maaltijdbezorging ook het aantal webwinkels dat voeding verkoopt flink toegenomen.

“Voor voedingsleveranciers voorzien we dat de markt zich naar een nieuwe situatie beweegt, met een andere verdeling qua afzetmarkten. Nu maatregelen worden versoepeld gaat de afzet in de horeca zich weliswaar herstellen, maar inzet op alternatieve afzetkanalen kan ook voor de komende anderhalf jaar nodig blijken”, aldus Ceel Elemans, Sector Banker Food & Agri ING.

Verschuivingen pakken nadelig uit voor veel leveranciers

Voor voedings- en drankenproducenten die aan de retail leveren heeft de verschuiving voor hun omzet doorgaans gunstig uitgepakt. Maar er is ook een grote groep leveranciers die zich voornamelijk op horeca richt en het afzetverlies niet kan compenseren met een toename van de verkoop via de retail of een eigen webshop. Dit blijkt bijvoorbeeld uit het feit dat 1 op de 5 voedingsproducenten in het eerste kwartaal nog een beroep deed op de NOW.

Post-corona

De situatie pre-corona keert niet terug. Naast de verwachting dat het nog maanden duurt voordat de horeca weer echt volledig open is, staan ook bestedingen van jongeren en internationale toeristen nog onder druk. Blijvende veranderingen zijn dat mensen meer thuis zullen werken dan voorheen en dat online bestedingen aan eten en drinken structureel op een hoger niveau liggen.

Wat betekent dit voor voedingsproducenten en groothandels?

Terugkeer naar de oude afzetverhoudingen tussen foodretail en foodservice is geen vanzelfsprekendheid. Zeker voor horecaleveranciers kan inzet op alternatieve afzetkanalen voor de komende anderhalf jaar nog nodig blijken. Daarnaast heeft online bestellen van boodschappen en maaltijden zich in rap tempo doorontwikkeld waardoor leveranciers zullen moeten bepalen welke rol online kan spelen als afzetkanaal voor hun producten.

Lees het volledige rapport ‘De Voedingssector na corona’

Bron: ING

Grondstofprijzen lokken nationalisme uit

vegetables 1584999 340De flink hogere grondstofprijzen dit jaar gaan voor meer zogenoemd resource nationalism van de grondstofrijke landen zorgen. In goed Nederlands heet dit grondstofnationalisme. De spurt in industriële metaalprijzen en de sterk gestegen olie- en graanprijzen dit jaar maken de bodemschatten voor deze landen immers een stuk waardevoller. Deze bodemschatten worden daarmee een bron voor de grondstofrijke landen met moeilijk te dichten gaten in de begroting.

Grondstofnationalisatie en grondstofprijzen

Er bestaan verschillende gradaties in grondstofnationalisme: direct en indirect. Grondstofrijke landen kunnen kiezen voor quotumvereisten, herziening van bestaande mijnbouwcontracten, hogere regelgevingsvereisten en verhogingen van de belastingen of royalty’s op de grondstoffen. Dit zijn meer indirecte manieren van staatsinterventie. 

De directere manier heeft vaak wat grotere gevolgen. Hierbij is volledige onteigening de meest rigoureuze manier. Dit heeft bijvoorbeeld veel in Venezuela plaatsgevonden in de oliesector en in de landbouw. Het grondstofnationalisme kan echter ook tot uiting komen door middel van striktere controles op of uitsluiting van buitenlandse deelnames. Daarnaast kan een overheid verplichte overheidsparticipatie en begunstiging opleggen of eisen stellen aan de verdere bewerking van de grondstoffen. 

Ook nu staat de nationalisatiedrang in grondstofmarkten door sommige landen weer in de belangstelling. Het onderwerp prijkt in ieder geval hoog in de risicoranglijstjes van mijnbouwbedrijven. Dit brengt de marktdynamiek weer naar een hoger niveau.

insights.abnamro.nl

Bron: ABN AMRO