Nieuws

Food Technology Event: De Duurzame Foodfabriek

190003611 banner VMT Food Technology Event Web 002Klimaatneutraal produceren staat volop in de belangstelling sinds het Klimaatakkoord. Maar wat betekenen de grote beloften voor het productieproces in de fabriek? Wat betekent het akkoord voor energie-intensieve processen zoals drogen, koelen en verhitten? Moet  de gaskraan worden dicht gedraaid? Op donderdag 31 oktober 2019 in het Miele Experience Center in Vianen gaan we daarover met elkaar in discussie. Praktijkverhalen geven inzicht in de mogelijkheden en de dilemma’s. Het Food Technology Event wordt georganiseerd door VMT, RCC | K&L in samenwerking met de stichting PAVO. 
Leer van verhalen uit de praktijk  Marian Geluk (directeur FNLI) opent het plenaire ochtendprogramma en geeft haar visie op de uitdagingen die de voedingsmiddelenindustrie n.a.v. het klimaatakkoord staan te wachten. Lennart van der Burg (business developer TNO) vertelt over kansrijke duurzame energiebronnen voor de foodindustrie zoals waterstof en biogas. Michel Driessen (CEO Verstegen Spices & Sauces) en Tessa Hermens (Sustainability expert FrieslandCampina) vertellen hoe hun bedrijven fossielvrij willen gaan produceren.  
In de middag zijn er twee parallelle sessies over de thema's: duurzaam koelen en energietransitie in de praktijk. Er wordt dieper ingegaan op actuele onderwerpen als gebruik zonnepanelen, warmtepompen, vervanging van koudemiddelen, hergebruik restwarmte en energiezuinige schakeling tussen compressoren en condensors. Medewerkers van Grolsch, Van der Kroon Food Products en For Farmers zijn enkele van de sprekers tijdens deze sessies. 
Het event richt zich primair op technologen, productieleiders, plantmanagers, hoofden technische dienst en QR/QA-managers van voedingsmiddelenbedrijven en daarnaast op ontwerpers, installateurs en directie en management van koeltechnische bedrijven.  
 
Voor meer informatie en inschrijven, ga naar: https://foodtechnology.vmt.nl/ 

AgriFoodTech 2019 Kick-off bezocht door ruim 60 belangstellenden door ruim 60 belangstellenden

kick off agrifoodtech 2019Op 19 september organiseerde Mikrocentrum de jaarlijkse kick-off bijeenkomst rondom AgriFoodTech. Ruim 60 belangstellenden werden door eventmanager Timo van Leent bijgepraat over de plannen voor de komende editie. Aansluitend op deze presentatie, deelden twee sprekers nieuwe inzichten over waar de kansen liggen voor high tech & ICT-toepassingen.

AgriFoodTech 2019 - de plannen

In zijn introductie lichtte eventmanager Timo van Leent de plannen en de kern van AgriFoodTech 2019 toe. Ook werd teruggeblikt op de vorige editie en hoe de zowel de bezoekers als de exposanten deze beoordeelden. Duidelijk werd dat de komende editie meer focus legt op de voedselverwerkende industrie / Food & Beverage en dat er diverse nieuwe themapleinen zijn ontstaan. Onder andere robotica, toelevering machinebouw, analyse en verpakken krijgen een eigen plein op de beurs. Daarnaast zijn er aparte pleinen voor onderwijs- en onderzoeksinstituten en is er ruimte voor start-ups om zich te presenteren aan het publiek. 

Bekijk de presentaties op:  https://agrifoodtech.nl/nieuws/agrifoodtech-2019-kick-off/

Producent wil korte route naar consument

vegetables 1584999 340

Uit consumentenonderzoek van ABN AMRO blijkt dat drie op de tien consumenten bereid zijn om voedingsmiddelen rechtstreeks bij producenten te bestellen. Maar liefst de helft van de consumenten overweegt dit te doen als deze voedingsmiddelen goedkoper zijn of als het speciale producten betreft die niet in de supermarkt te koop zijn. Producenten kunnen via een eigen webshop betere informatie verzamelen over het koopgedrag van de consumenten, iets wat zij via de supermarkt maar beperkt krijgen. 

Consument vaker online

De online direct-to-consumer-verkoop bedroeg in 2018 volgens ABN AMRO ‘slechts’ 80 miljoen euro. Dit is een fractie van de 1,48 miljard euro die we volgens het FSIN in totaal online aan voedingsmiddelen uitgeven. Dit kanaal maakt wel de weg vrij voor rechtstreekse interactie met de consument. Informatie over koopgedrag biedt inzichten hierdoor kunnen leveranciers hun producten verbeteren, nieuwe producten testen en herhalingsaankopen stimuleren. Ook bepaalt de leverancier op deze manier zelf welke producten hij verkoopt en tegen welke prijs. Grotere producenten willen via spaarprogramma’s juist klanten aan zich binden en van hen leren. Kleinere producenten hebben maar beperkte ruimte in de supermarktschappen, waardoor D2C voor hen heel interessant is. Toch blijkt dat slechts 5 procent van de consumenten via een abonnement producten wil ontvangen, iets wat producenten juist een meer stabiele en voorspelbare omzet geeft. Ook wil de consument niet dat er verschillende leveranciers aan de deur komen. 

Supermarkten zoeken strategische samenwerking met producenten

ABN AMRO verwacht dat producenten D2C steeds meer gaan verkennen. Toch blijkt de (internationale) supermarkt nog steeds het belangrijkste afzetkanaal. Het inrichten van een succesvol direct-to-consumer-model is een grote uitdaging. Met name logistieke kosten zijn hierbij een grote kostenpost. Zo wordt het lastig voor producenten om de wens van de consument uit te laten komen: Goedkoper leveren dan supermarkten. Verandering kan komen door producenten die hun handen ineen slaan en een succesvol platform oprichten dat het assortiment van producenten bundelt en verbindt met de consument. De eerste initiatieven hiertoe kennen een zeer wisselend succes. Alternatief is om te investeren in een langdurige strategische samenwerking met supermarkten. ABN AMRO verwacht dat er steeds meer gesloten ketens ontstaan, waarin supermarkten, producenten en boeren nauwer samenwerken en onderscheidende producten ontwikkelen.

Klik hier voor het volledige onderzoek

Bron: © ABN AMRO

Nederland hardste getroffen door ‘No-deal Brexit’

Brexit

 

Een harde Brexit betekent een groter effect op de concurrentiepositie van Nederlandse bedrijven dan van bedrijven uit andere Europese landen. 

De initiële gevolgen zullen echter groter zijn voor het VK dan Europa. De regionale ongelijkheid zal toenemen en dit treft voornamelijk de pro-Brexit regio’s in het VK. Dit blijkt uit de wetenschappelijke publicatie ‘The Implications of Brexit for UK and EU Regional Competitiveness’, die het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) in een samenwerking met nationale en internationale onderzoekers heeft uitgebracht.

Het PBL keek in deze publicatie naar de (inter)nationale concurrentiepositie: welke bedrijfstakken in welke regio’s in Europa worden in welke mate door de Brexit in hun concurrentiepositie versterkt en welke verzwakt? En hoe gevoelig is dit effect voor de specifieke afspraken met het Verenigd Koninkrijk en daarmee de details van een uittredingsovereenkomst? Bepalend in de studie is of de totale kostenverhoging voor bedrijven in Nederland - in verband met handelsbarrières die het gevolg zijn van een Brexit - groter of kleiner is in vergelijking met die van hun (inter)nationale concurrenten en hoe sterk deze gevolgen veranderen door een andere uittredingsovereenkomst.

Landbouw en voedingsmiddelenindustrie 

Sommige bedrijfstakken zullen gemiddeld gezien veel last krijgen van de kostenverhoging die gaat optreden. Andere sectoren versterken hun positie. De gemiddelde hoogte van de handelsbelemmeringen na een Brexit (een zogenaamde harde of zachte Brexit) is bepalend voor de grootte van het effect. Met name de landbouw en de voedingsmiddelenindustrie zijn afhankelijk van de details van de uittredingsovereenkomst en hebben dus baat bij een “goede deal”, alhoewel dit kan variëren voor de bedrijvigheid in verschillende Nederlandse regio’s.

De economisch grotere Nederlandse regio’s (Zuid-Holland, Noord-Holland en Noord-Brabant) worden bij een ‘harde’ Brexit minder hard getroffen dan de economisch kleinere regio’s. Dat komt onder meer doordat bedrijven in deze economisch grotere regio’s minder afhankelijk zijn van economische relaties met het VK. Maar voor met name Zuid-Holland, Noord-Holland en Utrecht zijn de effecten onzeker. In deze regio’s zijn de effecten van een Brexit het meest afhankelijk van de details van de uittredingsovereenkomst. Dit komt door de specifieke bedrijvigheid die zich in deze regio’s bevindt en die al naar gelang de details van het uittredingsverdrag en hun regiospecifieke afhankelijkheid van handelsrelaties met het VK, in grote of slechts kleine mate door de Brexit getroffen zullen worden. In Europa valt op dat de effecten van de Brexit in Duitsland en Tsjechië relatief ongevoelig zijn voor de details van de uittredingsovereenkomst. Dit komt doordat de economieën in deze landen meer verweven zijn met de economie van het Verenigd Koninkrijk waardoor er altijd wel effecten zijn ongeacht de details van de uittredingsovereenkomst. 

Voorbereiden op de Brexit

Gezien de unieke situatie rond de Brexit, is het van belang de initiële gevolgen ervan en de onzekerheden van deze gevolgen in kaart te brengen. Dit helpt bij de voorbereidingen die de Nederlandse overheid en de meest gevoelige bedrijfstakken en regio’s kunnen treffen. Nederland kan de specifieke concurrentiepositie van het Nederlandse bedrijfsleven bovendien betrekken in vervolgonderhandelingen over de toekomstige economische relatie met het VK.

Bron: © PBL

Kwart bedrijven met personeelstekort

PersoneelstekortPersoneelstekort is al een tijdje een issue bij bedrijven. Nog steeds ervaart een kwart van alle bedrijven obstakels bij het uitvoeren van bedrijfsactiviteiten door een tekort aan arbeidskrachten. Aan het begin van het derde kwartaal van 2019 werden hier het meeste meldingen van gemaakt. Het ondernemersvertrouwen is iets gedaald naar 10,6 maar ondernemers blijven positief. Dit melden het CBS, KVK en andere organisaties.  

Sinds medio 2018 heeft ongeveer een kwart van het niet-financiële bedrijfsleven een tekort aan arbeidskrachten. Dit is aan het begin van het derde kwartaal van 2019 niet veel veranderd. Ondanks de feiten verwacht 12 procent van deze ondernemers dat hun personeelsbestand uitgebreid kan worden. Dit percentage is lager dan vorig jaar, toen 18 procent de toename van personeelssterkte voorspelde. 

Zakelijke dienstverlening

Bij ongeveer 35 procent van de zakelijke dienstverlening is er een tekort aan arbeidskrachten. Bij de sector vervoer en opslag is dit 32 procent. Ook de sectoren informatie en communicatie, horeca en bouwnijverheid hebben een hoger percentage dan gemiddeld. In de delfstoffenwinning is dit slechts 5 procent. 

 

Ondernemers positief

Ondanks dat het ondernemersvertrouwen 1,4 punt lager is dan in het tweede kwartaal van 2019 is het sentiment onder ondernemers nog steeds positief. De stemmingsindicator ligt ruim boven het gemiddelde sinds de start van de meting in 2008.

Bron: © KVK en CBS